Built with Berta.me

  1. Een blog dat ik sporadisch zal bijhouden met essays over film en de dingen. 

  2. Loveless & de volgelingen van Epicurus

    ‘Zit hier iemand?’ vraag ik aan de vrouw die haar jas op de bioscoopstoel voor haar heeft gelegd. ‘Nee, maar ik wil eigenlijk niet dat iemand voor me gaat zitten tijdens de film. Ik weet niet hoor, er is toch plek genoeg om ergens anders te zitten?’ Ik snauw haar toe: ‘Heb je ook een kaartje voor deze lege stoel gekocht of zo?’ Ze kijkt beteuterd. Ik plof neer op een andere stoel, mijn moeder probeert me te kalmeren: ‘Trek het je niet aan, joh.’

    Ik ben woedend, ik mopper verder, ‘stom mens,  echt typisch Nederlands dit, wat ben ik blij dat ik naar België ben verhuisd. Ik hoop dat ze krijgt wat ze verdient, en dat er iemand voor haar gaat zitten.’ Revenge is a dish best served cold, maar het bord is nog warm als de zaal helemaal volloopt en er toch iemand voor haar gaat zitten. Ik grijns. God, wat voelt het goed om in het gelijk gesteld te worden. Andrey Zvyagintsev’s Loveless begint.

    Loveless gaat over Boris en Zhenya die in een scheiding liggen. Beide zijn het erover eens dat hun leven verpest is door de ander en dat het nu hun beurt is – nee, hun recht, -  om na al dit emotionele lijden compleet gelukkig te zijn. Zhenya vertelt de werknemers van haar beauty salon enthousiast over haar nieuwe lover. Hij doet tai-chi, en is vooral geen lompe boer als Boris maar sophisticated. Boris heeft een nieuwe en jongere vriendin, die hij zwanger heeft gemaakt. Beide Boris en Zhenya brengen nachtenlang vrijend door bij hun nieuwe geliefden. In de uren dat ze niet aan het vrijen zijn kijken ze televisie of zijn ze druk bezig met hun telefoon.

    Oh ja – ze hebben een zoontje. Alyosha, een lief en stil jongetje, maar een last voor zijn ouders. Zhenya en Boris verlangen vrijheid en geluk, en zorgen voor hun zoontje is gewoonweg irritant. Oppervlakkige liefde en snelle bevrediging is wat ze willen, niks investeren in liefde voor hun kind. Dat had  misschien inhoud aan de lege omhulsels van hun leven kunnen geven. Ze malen niet om Alyosha. Het duurt dan ook twee dagen voordat ze erachter komen dat hij verdwenen is; weggelopen.

                Het vrijwilligersteam dat de ouders helpt met het opsporen van hun zoontje zijn het tegenovergestelde van Boris en Zhenya. Ze  zijn betrokken, weten van aanpakken, en hebben geen geduld voor het getreuzel en gekat van het echtpaar. Het vinden van Alyosha staat voor hun op  nummer één. Ondertussen fladderen de ouders maar een beetje spastisch in het rond, en staan geen moment stil bij de vraag waarom hij weggelopen  is. Voor de teamleider is deze situatie niets nieuws  ‘Ah ja, je weet niet meer wanneer je hem voor het laatst heb gezien…’ zegt hij met een wenkbrauw omhoog getrokken. 

                In de nacht waarin  Alyosha verdwijnt, blijft Zhenya bij haar nieuwe, schatrijke lover slapen. Na een potje vrijen ligt ze boven op hem, en wrijft over zijn brede borstkas, in zijn hypermoderne slaapkamer met grote ramen en minimalistisch en houten interior design. Ze vertelt over haar eigen treurige jeugd, en over haar mislukte huwelijk.  Over hoeveel ze heeft moeten lijden, en hoeveel onrecht haar is aangedaan. Dat ze haar zoon nooit wilde, en nog steeds niet wil. Over hoe blij ze is om nu van de boeien van het huwelijk met Boris bevrijd te zijn, om te gaan en staan waar ze wil, dat het nu haar beurt is om haar leven invulling te geven, precies zoals ze wil! Met trots verkondigt ze: ‘Ik ben een monster.’ Waarop haar vriend haar een kus op haar voorhoofd drukt en zegt: ‘Maar wel een mooi monster.’ Ze gniffelen. Zhenya heeft beet: alleen hij ziet de kracht en haar innerlijke licht, haar gepijnigde en diepgaande ziel. En hij zal haar rots in de branding zijn, het tegenovergestelde van de laffe Boris. Dit allemaal terwijl Alyosha ergens eenzaam en verlaten door de  besneeuwde bossen rondom Moskou dwaalt.

                Zhenya is uit op wraak. Ze bijt Boris toe dat ze hem minacht , dat ze hem heeft gebruikt voor haar eigen weg naar vrijheid en om aan het juk van haar moeder te ontsnappen. Jij bent niks, zegt ze tegen Boris..  Door anderen de schuld te geven  van haar ongelukkigheid, kan ze opeisen wat haar toebehoort, namelijk, dat wat we allemaal willen; vrijheid en geluk. Boris laat het lafjes over zich heen komen. Hij gaat naar het huis van zijn nieuwe vriendin en laat zich door haar verzorgen en vertroetelen.

                Ondanks dat ze zo bewust zijn van de tijd die zij aan zich voorbij hebben laten gaan, stellen Boris en Zhenya nooit hun eigen falen centraal. Het is altijd de schuld van de ander: hun moeder, hun zoon, hun partner. Ze worden geteisterd door een existentieel onbehagen maar duiken liever in het kant en klare geluk van seks, Netflix en Facebook dan de confrontatie aan te gaan met dat gevoel. Als een Fenix zullen ze uit de as herrijzen, in volle glorie zullen ze aan hun nieuwe leven beginnen, hun vorige leven niet alleen achterlatend, maar ook compleet vergetend.

    Alyosha heeft een kleine rol, maar zijn afwezigheid overheerst de film.  Hij is het slachtoffer van het egocentrisme van zijn ouders. Nog erger dan gehaat, is hij gewoonweg vergeten. Wanneer Zhenya en Boris elkaars huid vol schelden en de verantwoordelijkheid voor het verdwijnen van  hun zoontje als een brandend hete kool heen en weer gooien, zien we dat Alyosha de hele tijd heeft staan luisteren achter de badkamerdeur. Het beeld van de stil en wanhopig huilende Alyosha in de donkere badkamer is hartverscheurend.

    Als hij niet is doodgevroren in de bossen zal hij de littekens van de haat van zijn ouders altijd bij zich dragen. Zijn ouders hebben geen idee wat voor pijn ze hem doen, geen idee hoe fundamenteel belangrijk hun liefde is voor zijn eigenwaarde. Zouden ze het wel weten, dan zouden ze vinden dat hij zich niet zo moeten aanstellen. Hun ouders hielden immers ook niet van hen. En zo zetten ze de vicieuze cirkel van onverschilligheid en liefdeloosheid voort. Alyosha’s  pijn is helaas bijkomende schade in hun zoektocht naar geluk, dat al het andere vertrapt.

    Wanneer de film op zijn eind komt, en de vrijwilligers nog altijd in de vrieskou aan het zoeken zijn in het bos achter de hoge en troosteloze flatgebouwen, komt Alyosha’s tragische lot bij mij aan met het geweld van een anker dat los slaat. Als de lichten aan gaan, duik ik  tegen mijn moeder aan, mijn snikken net zo hevig als die van Alyosha.  Ik probeer haar mijn verdriet uit te leggen, maar met ieder woord begin ik nog heviger te snikken.

    Wanneer mijn verdriet over Alyosha is weggeëbd, wordt het vervangen door een gevoel van onbehagen, een gevoel dat ik wil wegduwen; ik wil er  niet mee geconfronteerd worden, namelijk dat ik mezelf herken in Zhenya en Boris. Als ik niet krijg wat ik wil, dan laat ik het vallen en vergeet ik liever dat het ooit gebeurd is. Oude geliefden vergeet ik liever dan te herinneren hoe veel ik ze lief had. Ik houd mezelf voor de gek als ik denk dat ik ze systematisch weg kan werken uit mijn leven, alsof ze niet al voor altijd gebrand zijn in mijn herinnering. Als mijn leven niet zo loopt als ik wil, verander ik gewoon van stad. Waarom moeilijke als het ook makkelijk kan? Daar zit ik dan, in een nieuwe stad, alsof niet vroeg of laat de opwinding van mijn nieuwe leven zal wegebben en dezelfde problemen zich weer zullen aandoen, ik weer zal verlangen naar iets beters, iets mooiers.

    Boris en Zhenya zijn de makke volgelingen van Epicurus. In het epicurisme is het persoonlijke geluk het hoogste goed, waarin het vermijden van pijn en verdriet centraal staat. Echter zullen Boris en Zhenya nooit dit hoogste goed kunnen halen: Als drugsverslaafden hebben ze steeds meer nodig, steeds meer prikkels om hun oppervlakkige leven invulling te geven. Ze weigeren om naast de lusten de lasten te dragen. Verantwoordelijkheden, verdriet, de dood, ziekte en oorlog zijn ongemakkelijke verstoringen van hun bestaan. Zhenya en Boris vermijden alles wat er mee te maken heeft.. Een betekenisvolle relatie met hun eigen zoon betekent voor Zhenya en Boris gewoonweg, te veel energie, ook al zal het hun en zijn leven rijker, geliefder, warmer en veiliger maken. Enkel Zhenya’s en Boris eigen geluk doet er toe, en als er slachtoffers moeten vallen om dat te halen, so be it.

     En zoals te voorspellen, zijn ze na verloop van tijd zo gewend aan hun nieuwe relaties dat het ze begint te vervelen.

    Boris en Zhenya zijn het tegenovergestelde van vrij; ze lopen slechts  van de ene naar de andere muur, een gevangenis  die ze zelf hebben gebouwd.  

    Na de film durf ik de vrouw achter mij niet in de ogen te kijken. Buiten is de lucht grijs, de herfst is begonnen. Ik sta gebogen in de regen te wachten terwijl mijn moeder rustig haar regenbroek uit haar tas haalt, ene been, andere been, tasje dicht, regenhoedje op. Haar geduld en zorgvuldigheid heb ik me nooit eigen kunnen maken. In plaats daar van raak ik alles altijd kwijt, en bagger ik liever gehaast door de regen zodat ik nog een extra reden heb om mijn chagrijnigheid te rechtvaardigen.

    Mijn moeder en ik eten samen bij haar thuis. Woordeloos gaan we door onze routine. Terwijl zij hakt en snijdt, schuif ik de eettafel uit, zet  borden en bestek klaar. Ik trek een fles rode wijn open, schenk voor haar een glas in. Ze zegt dat ze hoopt dat we vaker naar de film zullen gaan, ‘zo gezellig met jou, schat.’   We wisselen ideeën uit over de film waar ik mee bezig ben en het boek dat zij aan het schrijven is, over de reizen die we nog willen maken en over de films die we nog samen hopen in de bioscoop te zien. Ze kirt gelukkig over mijn korte haar: ‘eindelijk die haren uit je mooie gezichtje.; Ik ruim de tafel af terwijl zij op de bank de kranten van de dag doorneemt. Ik pak mijn jas en tas. Ik ga terugrijden naar Gent. We omhelzen elkaar en ik kreun en ik steun om de kus die te dicht bij mijn oor geeft, ‘ma-ham, dat moet je niet zo doen’ mopper ik en stap in de auto. In de spiegel zie ik haar rode lippenstift op mijn wang.

  3. Certain Women 

    Soms trek je vol overtuiging je kleren uit voor iemand, maar staat de ander een beetje versuft voor zich uit te kijken. Voorzichtig pak je al je kleren weer op, je bedekt kruis en  borsten, en langzaam schuifel je achteruit. De situatie blijkbaar totaal verkeerd ingeschat. Zo is het ook met Jamie en Beth in Kelly Reichardt’s Certain Women.

     In het laatste stuk van het drieluik volgen we Jamie, die wekenlang de avondlessen over onderwijsrecht van de jonge advocaat Beth volgt. Jamie werkt als paardenverzorgster op een ranch en heeft zelf niet veel aan de lessen, behalve dat ze haar de kans bieden om Beth vanaf de achterste bank in de klas te bewonderen. Wanneer een vervanger de lessen overneemt, wordt Jamie overweldigd door de angst Beth nooit meer te zullen zien, en rijdt ze de hele nacht door om haar nog een laatste ding te zeggen:

    I just knew that if I didn’t start driving I was never gonna see you again. I didn’t want that.

     Jamie presenteert haar hart op een dienblad, maar Beth staat er verdwaasd bij –  blijkbaar is dit het laatste wat ze had verwacht.

     Het verhaal van  Beth en Jamie is een studie in stilte. Het leven van Jamie bestaat uit routine. We zien haar op de rug. Ze schuift  de staldeuren open en we kijken naar een  adembenemend sneeuwlandschap. De paarden galopperen om Jamie heen wanneer ze hen komt voeren. De eerste keer dat Jamie haar ogen richt op Beth voel je haar verlangen en voel je de jaren van eenzaamheid die daaraan vooraf zijn  gegaan. Na elke les vergezeld Jamie Beth naar een diner. Jamie krijgt van verliefdheid en verlangen geen hap door haar keel. Er wordt niks benoemd, er wordt geen enkel verlangen uitgesproken. Door de stiltes heen voel je hoe Jamie’s toewijding aan Beth vorm begint te krijgen, je voelt haar fragiliteit en onzekerheid.

     Om haar hart te winnen komt Jamie Beth op een avond ophalen gezeten op  een paard van de boerderij, om vervolgens - zoals elke week weer - naar de diner te gaan. Dit, en de persoonlijke verhalen die Jamie vertelt, glijden van Beth af als waterdruppels van een eend. Zowel Beth als Jamie heeft een bord voor de kop. Beth ziet niet wat er in Jamie omgaat, en Jamie niet dat Beth niet verliefd is.

    Tegen de tijd dat Jamie de hele nacht doorrijdt om Beth in haar woonplaats haar liefde te verklaren, weet je als kijker dat Jamie’s verdriet onafwendbaar is  Haar liefde zal niet worden beantwoord, maar je ziet ook dat haar verliefdheid een stuwende kracht is die niet is te stoppen. Jamie wacht in de winterse ochtendschemering in haar auto voor het kantoor van Beth. We horen alleen haar zenuwachtige ademhaling, het frommelen aan haar jas, en zien vervolgens het ongemakkelijke lachje van Beth.  “You drove all the way out here?” vraagt ze ongelovig . Als een mokerslag  knalt Jamie’s uit elkaar – Beth heeft er zelfs niet eens aan gedacht om Jamie te vertellen dat ze met lesgeven is gestopt. Jamie is poedelnaakt.

    In het lange shot dat volgt kijken we naar Jamie die verslagen terugrijdt naar de afgelegen boerderij. Er zijn geen scenes waar Jamie expliciet haar liefde verklaart voor Beth. We zien het alleen in haar ogen als ze naar Beth kijkt; we zien het aan haar zenuwachtige lichaamstaal, en aan de eenzame scenes rond de paardenstal. Door de afwezigheid van expliciete uitingen van  liefde, projecteren we in de verdrietige ogen van Jamie alle pijn die we zelf ooit hebben meegemaakt. De lengte van het shot, het ritme, de kou, de eenzaamheid – het kruipt langzaam aan ook in mijn lichaam. De liefde van Jamie voor Beth kwam uit het diepst van haar hart . Ze dacht dat ze de perfecte liefde binnen handbereik had. In plaats daarvan is de verwerkelijking van haar verlangen haar wreed ontnomen. Ze zal weer terug gaan naar de routine, de kille realiteit, de eenzaamheid die haar opnieuw zal achtervolgen op de boerderij, waar ze ’s avonds  alleen op de bank zit en televisie kijkt, in de ochtenden de staldeuren opent naar een prachtig maar ongenaakbare  winterlandschap en niemand heeft om dat mee te delen.

    We kennen het allemaal; we zijn zo verdwaasd van verliefdheid dat we dingen beginnen te zien die er eigenlijk niet zijn. In je hoofd ben je al tien jaar verder, getrouwd, en ga je samen met de kinderen op vakantie in de auto. Zo laten we wel vaker ons hoofd op hol slaan; we dromen over onze Oscar acceptance speech, we zien een realistische kans om met Leonardo DiCaprio te trouwen, en stellen ons voor dat we een DJ zijn in een uitverkochte concertzaal, waar we “What’s going on Amsterdam?!” door de microfoon brullen en vervolgens de hele zaal aan het springen brengen.

    Net als Jamie heb ook  ik in mijn hoofd werelden van liefde gebouwd die niet konden bestaan. Hartstochtelijk verliefd, was ik even gelukkig in mijn illusie. Toen die niet waar bleek te zijn, was ik stom van verbazing. Daarna sloeg de eenzaamheid in als een mokerslag. Ik stond er helemaal alleen voor. Maandenlang was ik niet te troosten, ik had het gevoel iemand te hebben verloren,  en huilde hete tranen van verdriet. Zo mocht het gewoon niet gaan. Dit was niet de afspraak. ‘Ik wil dit niet, ik wil dit niet, ik wil dit niet,’ is het enige wat ik kon denken.’ Mijn initiële gevoel van machteloosheid was zo overweldigend, dat ik mijn hoofd tegen de muur wilde slaan. Wekenlang liep ik rond met het gevoel alsof een ijskoude hand zich om mijn hart had gewikkeld. De wereld was kil en onaangenaam, mijn oren suisden, het was zwart voor mijn ogen. Ik wilde gewoon knock-out geslagen worden en pas wakker worden als mijn ondragelijke verdriet voorbij was.

    Kelly Reichardt heeft een zelfvertrouwen waar ik als beginnend filmmaker immens jaloers op ben. Als kunstenaar wil je natuurlijk graag iets belangrijks zeggen, en in die krampachtigheid loop je het grote risico een dode mus op te dienen. Reichardt daarentegen schetst met enkele simpele lijnen een rijke wereld. De aantrekkingskracht van Certain Women zit in zijn melancholische ritme en gelaagde personages, die een betekenis omvatten die verder reikt dan het scherm. Door de terughoudendheid van Reichardt, kan je de film keer op keer bekijken, elke keer ontdek je meer en kruipt het verhaal nog meer onder je huid.

    Omdat de wereld, en daarbij Jamie’s liefde en verdriet, niet worden vastgelegd in clichés over liefde of eenzaamheid, kan ik mijzelf er ook in herkennen, zonder dat het mij perse hoeft te ‘genezen’ van mijn onbeantwoorde liefde. Jamie vind ik geen sukkeltje, en daarmee ben ik ook geen sukkeltje. Naïef misschien, maar de liefde die ik voelde was oprecht.

    Jamie is een dromer, toegewijd en meelevend, een avonturier zowel  in haar werk als in haar gedachten. Soms lukt de liefde gewoon niet, hebben onze gedachten het voortouw genomen op de realiteit.